homepage Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Multiple choice-oefententamen
10. De veerdienst van stad A naar eiland B heeft de volgende dienstregeling
  • ma, woe, vrij: vertrek A 18.00 uur, aankomst B 19.00 uur
  • di, do, zat: vertrek B 18.00 uur, aankomst A 19.00 uur

    Op eiland B is tussen 1 februari (8.00 uur) en 4 februari (20.00 uur) een moord gepleegd. Mevrouw W. wordt hiervan verdacht. Zij kan echter aantonen dat zij maandag 2 februari om 18.30 nog in A was, en dat zij de moord dus niet gepleegd kan hebben.
    Op welke dag zou zij de moord toch gepleegd kunnen hebben?

    1. 1 februari
    2. 2 februari
    3. 3 februari
    4. 4 februari

    Dit antwoord is goed.
    Weer een vraag die je uitvoerig moet bestuderen. Het zou kunnen dat de tegenzin tegen dit gepuzzel groot is en dat je schoon genoeg hebt van dit oefententamen. Dat kan ook gebeuren op een 'echt' tentamen en kan hinderen bij het scherp lezen en analyseren van de vraag en de alternatieven. Pauzeer even, kijk wat rond, ga naar het toilet, enz. Dat kost een paar minuten, maar de winst is groot. Pep jezelf een beetje op met 'Nog even en dan is het klaar', 'Let op en ga geen stomme fouten aan het einde maken', enz.

    Een vraag met veel gegevens kun je het beste aanpakken door deze gegevens systematisch op te schrijven. Op deze manier kun je snel werken en onnodige fouten voorkomen. Zeker als je moe bent bij de laatste vragen is dit een verstandige strategie.
    In de dienstregeling worden de dagen van de week genoemd, maar in de alternatieven worden data genoemd. Hoe dit te combineren? Als je de vraag analyseert, dan zie je dat er gesproken wordt van 'maandag 2 februari'. Dit gegeven kan je gebruiken en je weet dan

    1. 1 februari is zondag
    2. 2 februari is maandag
    3. 3 februari is dinsdag
    4. 4 februari is woensdag
    Combineer nu de data en dagen met de dienstregeling.
    1. 1 februari is zondag: geen boot
    2. 2 februari is maandag: vertrek A 18.00; aankomst B 19.00
    3. 3 februari is dinsdag: vertrek B 18.00: aankomst A: 19.00
    4. 4 februari is woensdag: vertrek A 18.00; aankomst B 19.00
    En betrek hierbij de gegevens van de vraag over
  • de plaats (B) en het tijdstip (tussen 1 februari / zondag 8.00 en 4 februari / woensdag 20.00) van de moord
  • de plaats (A) en het tijdstip (2 februari / maandag) waar mevr. W. zich bevindt.

    Dan zie je dat alternatief 1 afvalt (zondag geen boot en maandag was mevr. W. op A).
    Alternatief 2 is onjuist; op maandag vertrekt de boot van A om 18.00 en mevr. W. is nog om 18.30 in A.
    Alternatief 3 is onjuist, want er vertrekt geen boot van A. Mevr. W. zal op A moeten blijven.
    Alternatief 4 is het beste antwoord, want

  • De moord is op B gepleegd
  • Er vertrekt een boot van A naar B
  • De moord is voor woensdag 20.00 uur gepleegd
  • De boot komt om 19.00 aan
  • Er wordt niet gevraagd of zij deze moord heeft gepleegd (daar ontbreken de gegevens voor en valt buiten de context van de vraag), maar alleen maar of het mogelijk is!
    Slotcommentaar