homepage Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Multiple choice-oefententamen
9. De Nederlandse en de Franse vlag stemmen met elkaar overeen m.b.t. (I), maar verschillen van elkaar m.b.t. (II). Hierbij moet voor I en II worden ingevuld
  1. I: de afmetingen van de kleurvlakken; II: de toegepaste kleuren
  2. I: de richting waarin de banen lopen; II: het aantal verschillende kleuren
  3. I: het aantal kleuren; II: de richting waarin de banen lopen
  4. I: het aantal verschillende kleuren; II: de toegepaste kleuren

Dit antwoord is goed.
Het zou kunnen dat je zo langzamerhand wat vermoeid bent geraakt of dat je genoeg krijgt van dit oefententamen. Dat kan ook gebeuren op een 'echt' tentamen en kan hinderen bij het scherp lezen en analyseren van de vraag en de alternatieven. Pauzeer even, kijk wat rond, ga naar het toilet, enz. Dat kost een paar minuten, maar de winst is groot.

Voor de beantwoording van deze vraag is wat kennis vereist. Maar het is vooral nodig om scherp en zorgvuldig te lezen. Spoor de woorden op waar het om draait ,de zg. sleutelwoorden. In deze vraag zijn de twee sleutelwoorden: Nederlands en Frans en daarbij gaat het om (I) overeenstemming en (II) verschillen.

Pak deze vraag systematisch aan en probeert niet alles tezelfdertijd te doen. De volgende methode helpt hierbij.

  • Werk eerst de stellingen uit onder (I) overeenkomsten. Alternatief 1 en 2 vallen dan af, want daarin komen deze vlaggen niet overeen.
  • Er blijven dan nog 2 alternatieven over.
  • Werk dan van alternatief 3 en 4 de tweede stelling uit, namelijk wat zijn de verschillen. Het goede antwoord blijkt dan alternatief 3 te zijn. Alternatief 4 valt af, want daarin stemmen deze vlaggen juist overeen.
    Volgende vraag