homepage Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Multiple choice-oefententamen
9. De Nederlandse en de Franse vlag stemmen met elkaar overeen m.b.t. (I), maar verschillen van elkaar m.b.t. (II). Hierbij moet voor I en II worden ingevuld
  1. I: de afmetingen van de kleurvlakken; II: de toegepaste kleuren
  2. I: de richting waarin de banen lopen; II: het aantal verschillende kleuren
  3. I: het aantal kleuren; II: de richting waarin de banen lopen
  4. I: het aantal verschillende kleuren; II: de toegepaste kleuren

Dit antwoord is fout. Nogmaals proberen