![]() |
Studieondersteuning Studentenpsychologen |
| Multiple choice-oefententamen | |
8. Voor het gerechtsgebouw stond de fiets van de kantonrechter broederlijk
naast de brommer van de dief. Het zoontje van de dief had
een cavia. De dief was door zijn papegaai verraden. De eigenaar van
de hond was met de auto gekomen. Van wie was de kat? (Elk had
slechts één huisdier en één vervoermiddel).
Dit antwoord is goed. Bij deze vraag worden vele gegevens gepresenteerd op een wat rommelige wijze. Kijk goed naar wat de vraag is: van wie was de kat? en zie de vooronderstellingen (elk had slechts één huisdier en één vervoermiddel). Deze gegevens zijn als volgt te verwerken: Hoewel je je bij katten kunt afvragen of het niet andersom is, namelijk dat de kantonrechter van de kat is. Maar dat is buiten de context van de vraag. Volgende vraag | |