homepage Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Multiple choice-oefententamen
8. Voor het gerechtsgebouw stond de fiets van de kantonrechter broederlijk naast de brommer van de dief. Het zoontje van de dief had een cavia. De dief was door zijn papegaai verraden. De eigenaar van de hond was met de auto gekomen. Van wie was de kat? (Elk had slechts één huisdier en één vervoermiddel).
  1. de kantonrechter
  2. de politieagent
  3. de dief
  4. het zoontje van de dief

Dit antwoord is goed.
Bij deze vraag worden vele gegevens gepresenteerd op een wat rommelige wijze. Kijk goed naar wat de vraag is: van wie was de kat? en zie de vooronderstellingen (elk had slechts één huisdier en één vervoermiddel).
Deze gegevens zijn als volgt te verwerken:
  • Alternatief 3 en 4 vallen natuurlijk af, want er staat in de tekst dat zij al een huisdier hebben en ze mogen slechts één huisdier hebben.
  • Om te kunnen kiezen tussen 1 en 2 kun je proberen de gegevens uit je hoofd te ordenen. Je werkt echter sneller en met minder kans op fouten als je de gegevens ordent in een tabel. Over de politieagent (alternatief 2) is niets bekend en dus is alternatief 1 het beste antwoord. De kat blijkt dan van de kantonrechter te zijn.
    Hoewel je je bij katten kunt afvragen of het niet andersom is, namelijk dat de kantonrechter van de kat is. Maar dat is buiten de context van de vraag.
    Volgende vraag