homepage Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Multiple choice-oefententamen
5. De wortel van 196 = ?
  1. 13
  2. 14
  3. 16
  4. 49

Dit antwoord is goed.
Als je weet hoe worteltrekken gaat, dan is het antwoord simpel, namelijk 14. Als dat niet het geval is, dan moet je je zien te redden met wat je wel weet. Pas op dat je je niet automatisch laat afschrikken door dit soort exacte opgaven ('Ik kan het niet', 'Op het VWO was ik slecht in wiskunde'). Gebruik je verstand en benut wat je wel weet.
Als je bijvoorbeeld weet dat kwadrateren ( een getal met zichzelf vermenigvuldigen) het omgekeerde is van worteltrekken, dan kan je redeneren
  • alternatief 1 valt af: immers 3 (het laatste cijfer van 13) x 3 = 9
  • alternatief 4 valt af: immers 9 x 9 = 81; trouwens 49 lijkt toch wel erg groot.
  • Blijven alternatief 2 en 3 over. Reken het antwoord uit (of alleen 4 x 4 en 6 x 6), of wist je het kwadraat van 15 uit je hoofd? Daaruit blijkt dan dat altenatief 3 te groot is.
    Volgende vraag